“Werkgevers moeten niet zo bang zijn om een statushouder aan te nemen.”

Gepubliceerd

  • 2018-12-06-Marina-Loekan-4
  • 2018-12-06-Marina-Loekan-2

Hetty Klavers ontmoet Marina Loekan in het gemeentehuis van Dronten. Marina is niet in dienst van de gemeente, maar werkt er inmiddels al geruime tijd via Workfast voor het project Grenzeloos. Doel: statushouders aan werk helpen, ook in de technische sectoren. Hetty wil weten wat de kansen en uitdagingen zijn.

Marina begeleidt vooral Syriërs, en lijkt daar als geen ander geschikt voor: op haar negende jaar kwam ze zelf uit Cairo (Egypte) naar Nederland; ze spreekt Arabisch, kent de cultuur uit die regio en door haar huwelijk met een Egyptenaar begrijpt ze ook de strubbelingen nieuwkomers in Nederland. Ze worstelen met de taal, en met de heel andere cultuur in hun nieuwe thuisland.

“De meesten willen heel graag aan het werk” vertelt Marina, “werk is ook noodzakelijk voor het integratieproces. Maar als je de taal niet goed beheerst, is het moeilijk uit te leggen waar je vandaan komt, vanuit welke waarden en normen je gewend bent te leven. En velen hebben traumatische ervaringen achter de rug. Daar wordt meestal weinig over gepraat, mensen willen verder, maar toch kan dat invloed hebben op hun functioneren in de maatschappij.”
Als voorzitter van de Regieraad Techniek Flevoland ben ik natuurlijk vooral geïnteresseerd of er ook technisch talent onder de doelgroep zit, en hoe dat ingezet kan worden. De achtergrond van de circa 160 statushouders in Dronten die naar werk worden begeleid, is zeer divers: tandarts, grafisch vormgever, jurist, schilder, lasser, kapper, docent … Lastig blijft dat opleidingen lang niet altijd vergelijkbaar zijn. “Ik praat heel veel met ‘mijn’ mensen om te achterhalen waar ze goed in zijn, los van het beroep dat ze in hun thuisland hadden. Werk is hier toch vaak heel anders dan ze gewend zijn, dus vaardigheden zijn dan heel belangrijk.” Daarnaast zijn opleidingen niet goed vergelijkbaar: het Syrische hbo-diploma ligt hier op mbo-niveau.

Ze vindt het jammer dat werkgevers vaak nog huiverig zijn om statushouders een kans te geven. “Als een werkgever iemand ruimte geeft, en bereid is om –net als ik blijf doen- wat energie te steken in begeleiding en het leerproces, dan bloeien mensen op, en zijn ze enorm waardevol voor het bedrijf.” De rol die het onderwijs speelt, zou wel wat beter kunnen, vindt Marina. “Bij BBL-opleidingen worden mensen soms op grond van hun leeftijd afgewezen, terwijl dat niet mag. En scholen kunnen en mogen ook extra begeleiding geven waar mensen tekort schieten, maar dat gebeurt helaas weinig. Blijkbaar is het lastig om meer flexibiliteit en creativiteit in het systeem te krijgen.”

Wat ook niet helpt, is dat het leven-lang-lerenkrediet wél geldt voor een deeltijd-hbo-opleiding, maar niet voor deeltijd-mbo. Bovendien kijkt ook Dronten kritisch naar de uitgaven, dus ook in scholingstrajecten. Daardoor kan niet iedereen geholpen worden om rechtstreeks zijn of haar doel te bereiken. Marina laat zich er niet door ontmoedigen. “Ik ben positief ingesteld, en wil vanuit stabiliteit verder bouwen. Dus werkgevers: kom maar op!”

Als voorzitter van de Regieraad Techniek Flevoland wil Hetty Klavers weten wat er speelt in de regio. Ze wil daarom elke maand een informeel bezoek brengen aan een bedrijf, een school of een project waar techniek centraal staat.
Wilt u Hetty Klavers ontvangen? Neem dan contact op met RTF-coördinator Marion Wichard.

FacebookTwitterLinkedInWhatsAppEmailPrintShare